Je nam mij mee, zomaar. Ik liet je lachen, soms heel zachtjes, soms heel erg hard. Je weet wel.. zo’n kleine bijna gniffel gevolgd door een kus. Een snoeiharde schaterlach gevolgd door een stomp tegen mijn schouder. Ik liet je doen verbazen, over die jongen die je een half uur geleden voor het eerst echt had ontmoet. Die jongen waarvoor je de deur open deed, die jongen die je deed doen lachen.

De koffie stond al klaar. Koffie! Hemels! Onze ochtend kon niet meer stuk, de gezamelijke liefde voor het zwarte genot. Zachte aanrakingen, stevige knuffels afgewissled met subtiele kusjes. De koffie werd koud, het werd bijzaak.. en de zon ging langzaam onder.

Opgewonden. Dat maakte ik je. Van kleine kusjes en zuigzoentjes in je nek tot heftige krassen op je lichaam terwijl ik net iets aan je haren trok. Langzaam gingen mijn vingers over je zij, langzaam, beetje bij beetje, naar onder. Waarna ik plots schrok. Stil viel. Zonder moeite pakte je mij weer beet, je hand rond mijn middel, knijpend in mijn zij. Mijn lippen langzaam schurend over de jouwe, onze adem verwikkeld in hitte en passie. Ik maakte je blij.

Het gevoel van euforie als je jezelf verloor in het spel, waarna je wist dat je de winnaar was. Dat je niks meer fout kon doen en elke beweging een stap was naar je triomf. Die blik in je ogen bij elke draai en elke aanraking. Onuitwisbaar, voor eeuwig op mijn netvlies. Die blik van verwarring en toch genot. Waarna het oversloeg in ongeloof zodra jouw sap het startblok verliet en de finisch grandioos bereikte.

Langzaam zakte je in op mijn borst. Een hand tussen mijn benen en de ander strelend over mijn buik. Verloren in hetgeen waarvoor ik niet kwam, maar gewonnen in datgeen wat je niet verwachtte. Ik sprak je aan, voelde iets, zomaar.

Categorie├źn: Fictief