Spierpijn. Gebroken wakker worden, toch geweldig goed geslapen. Voorzichtig, vrijwel scheef strompel ik naar beneden. Thans, liggend, tweede trede gemist. Overeind kruipend met pijnlijke steken in mijn rug. Een pijnstiller, daar snakte ik naar. Niet genomen. Warme douche deed z’n werk. Hoopte ik. De dagen werden ondraaglijker, spieren spanden zich meer aan. Mijn rug werd beton. Kei-hard-beton. Steeds voorzichtiger lopen met het woord ‘hernia’ rondspokend in mijn gedachten. Elke beweging deed zeer, in bed, werk, autorijden. Het rechterbeen werd doof, tintelingen, geen gevoel. Pijnscheuten. Verdomme, het zou toch niet? Ik zou, ik moest, de dokter bellen. Voorzichtig, lichtelijk gebogen liep ik dan, de wachtkamer binnen. ‘Vraag niet hoe ik mijn bed uitgekomen ben met deze rug, ik voel me net[…]


Je nam mij mee, zomaar. Ik liet je lachen, soms heel zachtjes, soms heel erg hard. Je weet wel.. zo’n kleine bijna gniffel gevolgd door een kus. Een snoeiharde schaterlach gevolgd door een stomp tegen mijn schouder. Ik liet je doen verbazen, over die jongen die je een half uur geleden voor het eerst echt had ontmoet. Die jongen waarvoor je de deur open deed, die jongen die je deed doen lachen. De koffie stond al klaar. Koffie! Hemels! Onze ochtend kon niet meer stuk, de gezamenlijke liefde voor het zwarte genot. Zachte aanrakingen, stevige knuffels afgewisseld met subtiele kusjes. De koffie werd koud, het werd bijzaak.. en de zon ging langzaam onder. Opgewonden. Dat maakte ik je. Van kleine[…]